Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

Financiële verslaglegging

Prijswinnaar 2012 in de categorie niet-beursgenoteerd

Home Jaarrekeningen Financiële jaarrekening Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Toelichting op de geconsolideerde balans Overige voorzieningen

35. Overige voorzieningen

(in EUR 1.000)

2012

2011

Boekwaarde 1 januari

17.927

29.573

Specificatie van mutaties in het boekjaar

Onttrekking voorziening

- 4.418

- 11.646

Totaal mutaties in het boekjaar

- 4.418

- 11.646

Boekwaarde 31 december

13.509

17.927

Terzake van de organisatieaanpassing uit 2009 resteert per 31 december 2012 een voorziening van EUR 3,5 miljoen (per 31 december 2011 EUR 7,8 miljoen). De voorziening betreft onder meer de tijdelijke loondoorbetaling aan boventallige medewerkers en kosten van begeleiding naar ander werk, uitkeringen aan deelnemers van de FPU seniorenregeling tot aan hun pensioen, eenmalige transfervergoedingen aan medewerkers in uitbestedingstrajecten en overige individueel met medewerkers getroffen regelingen.

Schiphol Group heeft een verplichting in het kader van enkele claims en geschillen. De terzake van deze claims en geschillen gezamenlijk getroffen voorziening van EUR 10,0 miljoen is in 2012, evenals in 2011, ongewijzigd gebleven. De voornaamste van voornoemde claims en geschillen betreft de gevolgen van het bouwverbod dat vanaf 19 februari 2003 tot 28 juni 2007 voor het Groenenbergterrein van kracht was.

Bebouwing van het Groenenbergterrein zou de gebruiksmogelijkheden van de Aalsmeerbaan, naar de in 2003 beschikbare inzichten, ernstig kunnen verstoren. Door de toenmalige staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (nu Infrastructuur en Milieu) is daarom in februari 2003 voor dit terrein een bouwverbod ex. artikel 38 van de Luchtvaartwet (Lvw) afgekondigd. De economische eigenaar van het terrein (Chipshol) heeft in juni 2003 een claim ingediend bij Schiphol Group voor de schade die de wet voorziet bij het treffen van dit bouwverbod (artikel 50 Lvw). Op basis van voortschrijdend inzicht en nieuwe gegevens is door de minister van Verkeer en Waterstaat (nu Infrastructuur en Milieu) geoordeeld dat handhaving van het bouwverbod voor het terrein niet langer nodig was. Op 28 juni 2007 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat, naar aanleiding van een verzoek van Schiphol Group, het bouwverbod opgeheven. Zoals bij de schadeloosstelling bij het opleggen van het bouwverbod is ook in de wet voorzien in een regeling bij opheffing en waardevermeerdering (afzonderlijke terugbetalingprocedure ex artikel 55 Lvw). Deze procedure is door Schiphol Group tegen Chipshol aanhangig gemaakt bij de Rechtbank Haarlem. In 2007 heeft Schiphol Group een bedrag van EUR 19,0 miljoen (EUR 16,0 miljoen met rente) ter voldoening van een tussenvonnis bij wijze van voorschot aan Chipshol betaald. Chipshol heeft op last van de rechter ter afdekking van het restitutierisico van dit bedrag een bankgarantie ten behoeve van Schiphol Group gesteld van EUR 21,5 miljoen.

In haar eindvonnis van 30 januari 2008 heeft de rechtbank de schadeloosstelling die Schiphol Group aan Chipshol moet betalen op basis van artikel 50 Lvw bepaald op EUR 16,0 miljoen (vermeerderd met wettelijke rente). De claim van Chipshol inzake belastingschade is afgewezen. Beide partijen zijn tegen de tussenvonnissen en het eindvonnis in cassatie gegaan. Er is door de luchthaven een procedure ex artikel 55 Lvw aanhangig gemaakt om vast te stellen welke waardevermeerdering van de grond van het Groenenbergterrein heeft plaatsgevonden na opheffing van het bouwverbod om zodoende te komen tot vaststelling van het bedrag dat door Chipshol dient te worden betaald respectievelijk wat in mindering komt op het door Schiphol betaalde voorschot. De zekerstelling voor het restitutierisico is door de rechter gehandhaafd.

De Hoge Raad heeft op 19 februari 2010 arrest gewezen in de art 50 Lvw-procedure en oordeelt dat het eindvonnis van de Rechtbank Haarlem d.d. 30 januari 2008 niet in stand kan blijven. Geoordeeld is dat Chipshol recht op schadevergoeding toekomt door oplegging van het bouwverbod, maar tevens dat Schiphol Group recht heeft op vergoeding van waardevermeerdering door de opheffing daarvan. De hoogte van de vergoedingsplicht zal door het Hof Amsterdam worden vastgesteld, waarbij daarnaast aspecten als eigen schuld van Chipshol, dubbeltellingen met schikkingen die Chipshol getroffen heeft met de gemeente Haarlemmermeer en provincie Noord-Holland enerzijds en niet opgenomen component belastingschade anderzijds, moeten worden mee gewogen.

De Rechtbank Haarlem heeft inmiddels eindvonnis gewezen in de zaak van de schadevergoeding (art 55 Lvw) in verband met de opheffing van het bouwverbod op het Groenenbergterrein. Het vonnis is vooral van procedureel belang en gaat over welke rechterlijke instantie uiteindelijk beslist in deze zaak over de hoogte van enige schadevergoeding (dat zal het gerechtshof Amsterdam zijn). Partijen zijn in cassatie gegaan bij de Hoge Raad.

Het Hof te Amsterdam heeft op 27 december 2011 tussenarrest gewezen waarin het de opdracht van de Hoge Raad om de belangrijkste openstaande punten verder te behandelen nauwkeuriger omschrijft en een aantal vragen alvast beantwoord. Een van de belangrijkste beslissingen van het gerechtshof is dat zij zich gebonden weet aan alle beslissingen die inmiddels vast staan. Hiermee besliste het hof dat alle pogingen van Chipshol worden afgewezen om de deskundigen (of rechters) van de Rechtbank Haarlem wederom in diskrediet te brengen, of om de zaak over de hoogte van de schadevergoeding in de art 50 Lvw-procedure weer bij het begin te beginnen of om nieuwe elementen in het geding te brengen. Het hof volgt het ‘spoorboekje’ dat de Hoge Raad heeft meegegeven en zal waarschijnlijk deskundigen gaan benoemen. Het volgende (tussen) arrest van het Hof is evenwel opgeschort totdat de cassatie inzake art 55 Lvw bij de Hoge Raad is afgerond.

Gelet op het voorgaande is de directie van mening dat op dit moment de schatting die zij heeft gemaakt van de verplichtingen die Schiphol Group per saldo jegens Chipshol zal hebben niet behoeft te worden herzien. Zij verwacht dat het uiteindelijke restbedrag aan schadeloosstelling dat Schiphol Group aan Chipshol verschuldigd blijkt inzake het Groenenbergterrein en/of aan anderen uit hoofde van claims de voorziening die terzake is getroffen niet zal overschrijden.