Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

Financiële verslaglegging

Prijswinnaar 2012 in de categorie niet-beursgenoteerd

Home Jaarrekeningen Financiële jaarrekening Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Management van financiële- en belastingrisico’s

Management van financiële- en belastingrisico’s
Financiële risicofactoren

Door de aard van de activiteiten heeft Schiphol Group te maken met een verscheidenheid aan risico’s waaronder marktrisico, tegenpartijrisico en liquiditeitsrisico. In het beheersprogramma voor financiële risico’s (dat deel uitmaakt van het totale risicobeheersingsprogramma van Schiphol Group) ligt de nadruk op de onvoorspelbaarheid van de financiële markten en op het minimaliseren van de eventuele nadelige effecten daarvan op de financiële resultaten van Schiphol Group. Schiphol Group maakt gebruik van derivaten voor de afdekking van bepaalde risico’s. Het financiële risicobeheer wordt verzorgd door de centrale treasury-afdeling (Corporate Treasury) en valt onder goedgekeurd beleid van de directie. De directie stelt schriftelijke richtlijnen op voor het financiële risicobeheer, en stelt daarnaast ook het beleid vast voor specifieke aandachtsgebieden als valutarisico, renterisico, kredietrisico, gebruik van afgeleide (derivaten) en niet-afgeleide financiële instrumenten en de investering van een tijdelijk surplus aan liquiditeiten.

Marktrisico

Marktrisico omvat drie soorten risico’s: valutarisico, prijsrisico en renterisico.  

(a) Valutarisico

Valutarisico treedt op als toekomstige zakelijke transacties, in de balans opgenomen activa en verplichtingen en netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone worden uitgedrukt in een valuta die niet de functionele valuta van Schiphol Group is (de euro). Schiphol Group is internationaal actief en heeft te maken met valutarisico’s via diverse valutaposities, vooral de Japanse yen (leningen), de Amerikaanse dollar (netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone) en de Australische dollar (netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone).

Bij de beheersing van het valutarisico met betrekking tot leningen maakt Schiphol Group gebruik van termijn- en swapcontracten. Het beleid voor de beheersing van het financiële risico is dat vrijwel 100% van de verwachte kasstromen wordt afgedekt. Per 31 december 2012 was van de groepsfinanciering 12,1% in vreemde valuta opgenomen (één lening met een boekwaarde van EUR 174,4 miljoen overeenkomend met Japanse yen 20 miljard nominaal). Een jaar eerder betrof dit 10,7% van de groepsfinanciering (één lening met een boekwaarde van EUR 200,6 miljoen overeenkomend met Japanse yen 20 miljard nominaal). Deze positie is in overeenstemming met voornoemd beleid volledig afgedekt met behulp van een valutaswap. Een wijziging in de koers van de betreffende vreemde valuta heeft derhalve geen effect op de resultaten uit hoofde van deze groepsfinanciering. Het effect op het eigen vermogen is tijdelijk (immers slechts voor de duur van de afdekkingstransactie) en bedraagt in 2012 EUR 50,0 miljoen negatief (na aftrek van latente belastingen).

Schiphol Group heeft een aantal strategische investeringen in activiteiten buiten de eurozone, waarvan de netto-investeringen, verantwoord in de balans onder de regels geassocieerde deelnemingen en vorderingen op geassocieerde deelnemingen, te maken hebben met een omrekeningsrisico. De valutapositie die samenhangt met de netto-investeringen van de activiteiten buiten de eurozone van Schiphol Group van in totaal EUR 180,1miljoen per 31 december 2012 (EUR 181,4 miljoen per 31 december 2011) wordt in overeenstemming met het beleid niet afgedekt, met uitzondering van de hierin begrepen Redeemable Preference Shares die Schiphol Group houdt in Brisbane Airport Corporation Holdings Ltd. Het valutarisico op deze vordering inclusief te vorderen dividend, met een boekwaarde per 31 december 2012 van EUR 80,2 miljoen (EUR 92,1 miljoen per 31 december 2011), wordt voor een belangrijk deel afgedekt met valutatermijntransacties. Een wijziging in de koers van de afgedekte vreemde valuta heeft derhalve een gering effect op de resultaten uit hoofde van deze vordering. Omrekeningsverschillen op de niet afgedekte positie in relatie tot de post geassocieerde deelnemingen worden verantwoord in de reserve omrekeningsverschillen en hebben ook geen directe invloed op het resultaat. Het effect op het eigen vermogen in 2012 bedraagt EUR 0,7 miljoen en daardoor neemt voornoemde reserve af van EUR 22,0 miljoen per 31 december 2011 naar EUR 21,3 miljoen per 31 december 2012.

Corporate Treasury is verantwoordelijk voor het beheer van de netto positie in de afzonderlijke vreemde valuta’s.

(b) Prijsrisico

Prijsrisico betreft het risico dat de waarde van activa en verplichtingen zal schommelen als gevolg van veranderingen in marktprijzen. Schiphol Group heeft vooral te maken met het prijsrisico van vastgoedbeleggingen die door Schiphol Group tegen reële waarde worden verantwoord. Deze reële waarde wordt beïnvloed door ontwikkelingen in vraag en aanbod en veranderingen in de rentestand en inflatie. Een stijging van het door vastgoedbeleggers geëiste netto aanvangsrendement (NAR) op kantoren en bedrijfsruimten met gemiddeld 10 procent zal leiden tot een daling van de waarde van onze kantoren en bedrijfsruimten van in totaal circa EUR 72 miljoen. Gezien voornoemde grondslag van waardering en resultaatbepaling is onze winstgevendheid voor belasting in die situatie tot eenzelfde bedrag lager.

Schiphol Group koopt elektriciteit en gas in en sluit daartoe voor wat betreft het eigen gebruik langetermijn contracten af. De resterende looptijd van de (per saldo) verplichtingen uit hoofde van de langetermijn contracten voor elektriciteit en gas zijn als volgt:

(in EUR 1.000)

Totaal 2012

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 5 jaar

Verplichtingen uit hoofde van gas

3.404

3.404

-

-

Verplichtingen uit hoofde van elektriciteit

14.576

7.723

6.853

-

17.980

11.127

6.853

-

(in EUR 1.000)

Totaal 2011

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 5 jaar

Verplichtingen uit hoofde van gas

3.517

3.517

-

-

Verplichtingen uit hoofde van elektriciteit

16.761

9.133

7.628

-

20.278

12.650

7.628

-

(c) Renterisico

Het renterisico is onderverdeeld in een reële waarde-renterisico en een kasstroom-renterisico.

Reële waarde-renterisico

Het reële waarde-renterisico betreft het risico dat de waarde van een financieel instrument zal schommelen als gevolg van schommelingen in de marktrente. Schiphol Group heeft geen omvangrijke financiële activa die reële waarde-renterisico lopen. Schiphol Group heeft via leningen tegen een vaste rente te maken met het reële waarde-renterisico. Het beleid van Schiphol Group is om ten minste 50% van de geleende gelden op te nemen met een vaste rente, zonodig met gebruikmaking van derivaten. Voor Airport Real Estate Basisfonds C.V. (AREB C.V.) geldt een minimum van 60% voor leningen met een vaste of gemaximeerde rente. Per 31 december 2012 bedroeg het percentage leningen met een vaste rente 100%, exclusief dochters en geassocieerde deelnemingen (per 31 december 2011: 100%).

Kasstroom-renterisico

Het kasstroom-renterisico betreft het risico dat de toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente. Schiphol Group heeft behalve liquide middelen geen omvangrijke financiële activa die een kasstroom-renterisico lopen. Indien de rente die wordt vergoed op deposito’s gedurende het jaar 2012 gemiddeld 1% lager zou zijn geweest was de rentebate uit hoofde van deposito’s EUR 1,7 miljoen lager uitgevallen (2011: EUR 2,7 miljoen).

Daarnaast bestaat bij de groepsfinanciering een kasstroom-renterisico op langlopende leningen tegen een variabele rente. Deze positie wordt beperkt door het beleid van Schiphol Group om, zonodig met gebruikmaking van derivaten, maximaal 25% van de geleende gelden tegen een variabele rente op te nemen. Voor AREB C.V. geldt een maximum van 40%. Per 31 december 2012 bedroeg het percentage leningen met een variabele rente met betrekking tot de groepsfinanciering 0% en voor AREB C.V. 1% (per 31 december 2011: 0% respectievelijk 34,6%).

Het kasstroom-renterisico wordt beheerst door het gebruik van renteswaps, waarmee van een variabele rente kan worden overgestapt op een vaste rente, en rentecaps waarmee een eventuele stijging van de rente wordt gemaximeerd. Als onderdeel van een renteswap komt Schiphol Group met een tegenpartij overeen om op vooraf vastgestelde momenten een ruil aan te gaan van het verschil tussen een vast contracttarief en een variabele rente. Dit verschil wordt berekend op basis van de overeengekomen onderliggende hoofdsom. Indien de variabele rente gedurende het jaar 2012 gemiddeld 1% hoger zou hebben gelegen, zou dit geen effect hebben gehad op de rentelast uit hoofde van leningen voor de groepsfinanciering (geen effect in 2011).

Ter beperking van het kasstroom-renterisico op langlopende leningen op middellange termijn zijn derivaten afgesloten waarmee de renteniveaus zijn vastgelegd waartegen in 2013 en 2014 aflopende leningen geherfinancierd kunnen worden. Het effect op het eigen vermogen van deze transacties is tijdelijk (immers slechts voor de duur tot herfinanciering in 2013 en 2014) en bedroeg EUR 37,0 miljoen negatief (na aftrek van latente belastingen) per 31 december 2012 (2011: EUR 42,4 miljoen negatief).

Tegenpartijrisico

Tegenpartijrisico betreft het risico dat de ene partij bij een financieel instrument haar verplichting niet zal nakomen, waardoor de andere partij een financieel verlies krijgt te verwerken. Tegenpartijen van Schiphol Group bij derivaten- en liquiditeitentransacties zijn beperkt tot financiële instellingen met een hoge kredietwaardigheid (minimaal een S&P credit rating in de A categorie) waarbij de netto positie per tegenpartij niet groter mag zijn dan EUR 200,0 miljoen. De netto positie per 31 december 2012 was maximaal EUR 161,3 miljoen (per 31 december 2011: maximaal EUR 130,0 miljoen).

Per 31 december 2012 bedraagt de post debiteuren EUR 96,6 miljoen (per 31 december 2011: EUR 74,7 miljoen). Dit bedrag is inclusief een voorziening voor oninbaarheid van EUR 3,5 miljoen (per 31 december 2011: EUR 3,9 miljoen) en ontvangen waarborgsommen van EUR 1,6 miljoen (per 31 december 2011: EUR 2,2 miljoen). Vorderingen op debiteuren die failliet zijn of surséance van betaling hebben aangevraagd worden voor 100% voorzien. Dit geldt eveneens voor vorderingen ouder dan 1 jaar en grotere vorderingen jonger dan 1 jaar waarvan wordt verwacht dat deze oninbaar zijn.

Het verloop van de voorziening voor oninbaarheid is als volgt:

(in EUR 1 mln)

2012

2011

Boekwaarde 1 januari

3,9

5,4

Onttrekking in het jaar

- 1,3

- 2,8

Dotatie in het jaar

0,9

1,3

Boekwaarde 31 december

3,5

3,9

Van de post debiteuren van EUR 101,7 miljoen (vóór aftrek van voorziening oninbaarheid van EUR 3,5 miljoen en ontvangen waarborgsommen van EUR 1,6 miljoen) is een bedrag van EUR 1,5 miljoen vervallen, maar niet voorzien. Deze debiteuren hebben geen historie van wanbetaling; de verwachting is dat zij zullen betalen.

(in EUR 1 mln)

2012

2011

Jonger dan 60 dagen

98,5

76,2

Ouder dan 60 dagen

1,1

2,6

Ouder dan 360 dagen

0,9

1,0

Faillisementen

1,2

1,0

101,7

80,8

Voorziening oninbaarheid

- 3,5

- 3,9

Ontvangen waarborgsommen

- 1,6

- 2,2

Totaal Debiteuren

96,6

74,7

Partijen die diensten afnemen van Schiphol Group worden vooraf beoordeeld op kredietwaardigheid. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan kunnen van de afnemer bepaalde zekerheden worden verlangd (in de vorm van bankgarantie of waarborgsom) ter beperking van het risico van oninbaarheid. Schiphol Group beschikt per 31 december 2012 over een bedrag van EUR 27,1 miljoen aan bankgaranties en waarborgsommen (per 31 december 2011: EUR 32,7 miljoen). Eén onderneming, Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM) heeft een individueel debiteurensaldo groter dan EUR 10 miljoen.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico betreft het risico dat Schiphol Group problemen zal hebben om de financiële middelen bijeen te brengen die nodig zijn om te voldoen aan haar kortetermijn verplichtingen. Zorgvuldig beheer van het liquiditeitsrisico brengt met zich mee dat Schiphol Group voldoende liquide middelen aanhoudt en dat voldoende financieringsruimte voorhanden is, in de vorm van toegezegde (bij voorkeur gecommitteerde) kredietfaciliteiten en het EMTN programma. In ons financieringsbeleid streven wij voorts naar het reduceren van het herfinancieringsrisico. Kortheidshalve wordt verwezen naar toelichting 32 inzake leningen waarin vorenstaande ruimte en faciliteiten nader worden toegelicht.

De resterende looptijd van de (per saldo) verplichtingen uit hoofde van financiële instrumenten is als volgt:

(in EUR 1.000)

Totaal 2012

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
<= 5 jaar

> 5 jaar

Verplichtingen uit hoofde van leningen

1.886.221

191.510

1.694.711

743.485

951.226

Financiële leaseverplichtingen

56.546

2.498

54.048

9.166

44.882

Derivaten verplichtingen

115.868

1.586

114.282

8.453

105.829

Schulden aan leveranciers

108.379

108.379

-

-

-

Passiva

2.167.014

303.973

1.863.041

761.104

1.101.937

Vorderingen op deelnemingen

- 80.192

-

- 80.192

- 80.192

-

Leningen

- 8.476

- 936

- 7.540

- 7.540

-

Derivaten vorderingen

- 22.851

-

- 22.851

-

- 22.851

Debiteuren

- 96.636

- 96.636

-

-

-

Liquide middelen

- 445.122

- 445.122

-

-

-

Activa

- 653.277

- 542.694

- 110.583

- 87.732

- 22.851

Totaal

1.513.737

- 238.721

1.752.458

673.372

1.079.086

(in EUR 1.000)

Totaal 2011

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
<= 5 jaar

> 5 jaar

Verplichtingen uit hoofde van leningen

1.875.711

101.834

1.773.877

794.131

979.746

Financiële leaseverplichtingen

58.511

5.914

52.597

6.192

46.405

Derivaten verplichtingen

69.311

6.311

63.000

6.442

56.558

Schulden aan leveranciers

95.767

95.767

-

-

-

Passiva

2.099.300

209.826

1.889.474

806.765

1.082.709

Vorderingen op deelnemingen

- 92.141

-

- 92.141

- 92.141

-

Overige financiële belangen

- 6.141

-

- 6.141

-

- 6.141

Financiële leasevorderingen

- 3.299

- 3.299

-

-

-

Leningen

- 1.591

- 30

- 1.561

- 1.561

-

Derivaten vorderingen

- 89.565

-

- 89.565

-

- 89.565

Debiteuren

- 74.670

- 74.670

-

-

-

Liquide middelen

- 413.287

- 413.287

-

-

-

Activa

- 680.694

- 491.286

- 189.408

- 93.702

- 95.706

Totaal

1.418.606

- 281.460

1.700.066

713.063

987.003


De financiële instrumenten zijn op basis van hun grondslagen van waardering en resultaatbepaling als volgt ingedeeld:

(in EUR 1,000)

Totaal 2012

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde, waardemutaties in het eigen vermogen

Reële waarde, waardemutaties in de winst- en verliesrekening

Verplichtingen uit hoofde van leningen

1.886.221

1.886.221

-

-

Financiële leaseverplichtingen

56.546

56.546

-

-

Derivaten verplichtingen

115.868

-

115.868

-

Schulden aan leveranciers

108.379

-

-

108.379

Passiva

2.167.014

1.942.767

115.868

108.379

Vorderingen op deelnemingen

- 80.192

- 80.192

-

-

Leningen

- 8.476

- 8.476

-

-

Derivaten vorderingen

- 22.851

-

- 22.851

-

Debiteuren

- 96.636

-

-

- 96.636

Liquide middelen

- 445.122

-

-

- 445.122

Activa

- 653.277

- 88.668

- 22.851

- 541.758

Totaal

1.513.737

1.854.099

93.017

- 433.379

(in EUR 1,000)

Totaal 2011

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde, waardemutaties in het eigen vermogen

Reële waarde, waardemutaties in de winst- en verliesrekening

Verplichtingen uit hoofde van leningen

1.875.711

1.875.711

-

-

Financiële leaseverplichtingen

58.511

58.511

-

-

Derivaten verplichtingen

69.311

-

69.311

-

Schulden aan leveranciers

95.767

-

-

95.767

Passiva

2.099.300

1.934.222

69.311

95.767

Vorderingen op deelnemingen

- 92.141

- 92.141

-

-

Overige financiële belangen

- 6.141

-

- 6.141

-

Financiële leasevorderingen

- 3.299

- 3.299

-

-

Leningen

- 1.591

- 1.591

-

-

Derivaten vorderingen

- 89.565

-

- 89.565

-

Debiteuren

- 74.670

-

-

- 74.670

Liquide middelen

- 413.287

-

-

- 413.287

Activa

- 680.694

- 97.031

- 95.706

- 487.957

Totaal

1.418.606

1.837.191

- 26.395

- 392.190

Alle posten in voorgaande overzichten zijn opgenomen tegen de bedragen waartegen zij ook in de balans worden verantwoord en met een resterende looptijd gebaseerd op het jaartal van aflossing of afwikkeling zoals per post is overeengekomen met de wederpartij. Het beleid van Schiphol Group stelt dat maximaal 25% van de verplichtingen een looptijd korter dan één jaar mag hebben. Per 31 december 2012 bedroeg dit percentage 14,0% (per 31 december 2011: 10,0%).

Schatting van de reële waarde

De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten is gebaseerd op beurskoersen per balansdatum (level 1). Bij Schiphol Group was dit in 2011 uitsluitend het 1% belang in Flughafen Wien AG die tegen reële waarde werd verantwoord onder de overige financiële belangen.

De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op actieve markten wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Hiervoor worden verschillende methoden en veronderstellingen gehanteerd gebaseerd op de marktomstandigheden per balansdatum (level 2). De reële waarde van deze financiële instrumenten wordt bepaald op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen omgerekend naar euro’s, op basis van de relevante koersen en op dat moment voor Schiphol Group gangbare marktrente per balansdatum (voor vergelijkbare financiële instrumenten). Bij Schiphol Group betreft dit leningen, vorderingen op geassocieerde deelnemingen en derivaten, waarbij alleen de derivaten tegen reële waarde in de balans worden verantwoord. Voor de overige posten wordt de reële waarde slechts vermeld in de toelichtingen.

Verondersteld wordt dat de nominale waarde na aftrek van de geschatte aanpassingen voor debiteuren en schulden aan leveranciers de reële waarde benadert. Voor de informatieverschaffing wordt de reële waarde van de financiële activa en passiva geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren tegen de op dat moment gangbare marktrente die voor Schiphol Group voor vergelijkbare financiële instrumenten geldt.

Kapitaalbeheer

De kapitaalstrategie en het dividendbeleid van Schiphol Group voor de lange termijn zijn gericht op verbetering van de aandeelhouderswaarde, bevordering van duurzame groei en behoud van een passende financiële structuur en gedegen kredietwaardigheid. Met de huidige aandeelhouders (met name publieke aandeelhouders) heeft Schiphol Group in de kapitaalmarkt uitsluitend toegang tot schuldpapier. Hierbij handhaaft Schiphol Group de focus op verdere optimalisatie van haar kapitaalstructuur en kosten van kapitaal.

Schiphol Group hanteert enkele financieringsratio’s, waaronder kasstroomcijfers, om inzicht te houden in de dynamiek van kapitaalstructuur, dividendbeleid en kasstroomgeneratie en om bij het toezicht op de kapitaalstructuur aan te sluiten bij ratinginstituten en vergelijkbare best practices. De belangrijke financieringsratio’s zijn in dit verband onder meer:

• Funds From Operations (FFO) interest dekkingsratio, dit betreft de FFO plus rentelasten gedeeld door de rentelasten.

• Leverage, dit betreft rentedragend vreemd vermogen gedeeld door het eigen vermogen plus het rentedragend vreemd vermogen.

• Funds From Operations (FFO)/totale schuld, dit betreft FFO gedeeld door de totale schuld.

(in EUR 1.000)

2012

2011

Exploitatieresultaat

296.494

304.187

Afschrijvingen

214.897

206.134

Bijzondere waardeveranderingen

22.741

1.473

Resultaat uit verkoop materiële vaste activa

- 18

- 432

Overige resultaten uit vastgoed

12.508

88

Kosten in samenhang met verkoop vastgoed

- 448

-

Niet kasmutaties langlopende vorderingen

19.435

2.357

Niet kasmutaties langlopende verplichtingen

-

- 1.992

Mutatie voorzieningen

- 7.171

- 13.883

Betaalde winstbelasting

- 24.005

- 60.164

Betaalde interest

- 98.580

- 103.481

Ontvangen interest

6.995

11.347

Ontvangen dividend

32.245

12.991

Funds From Operations

475.093

358.625

Bovenstaande Funds From Operations wordt berekend specifiek ten behoeve van de financieringsratio’s en wijkt af van de kasstroom uit operationele activiteiten zoals berekend, in overeenstemming met onze grondslagen voor verslaggeving, in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.

(in EUR 1.000)

2012

2011

Langlopende verplichtingen

Leningen

1.694.711

1.773.877

Leaseverplichtingen

54.049

52.597

Kortlopende verplichtingen

Leningen

191.510

101.834

Leaseverplichtingen

2.498

5.914

Totale schuld

1.942.768

1.934.222

Vreemd vermogen bestaat, in het kader van kapitaalbeheer, uit de langlopende en kortlopende verplichtingen zoals opgenomen in de totale schuld. Eigen vermogen is, in het kader van kapitaalbeheer, gelijk aan het eigen vermogen in de geconsolideerde balans. Per 31 december 2012 bedroeg het eigen vermogen EUR 3.201,9 miljoen (EUR 3.174,5 miljoen per 31 december 2011).

De FFO/ totale schuld en leverage bedroegen per 31 december:

2012

2011

FFO/totale schuld

24,5%

18,5%

Leverage

37,8%

37,9%

De toename van de FFO/totale schuld wordt vooral veroorzaakt doordat de totale schuld minder sterk is gestegen dan de FFO. De daling van de leverage is het gevolg van een minder grote toename van de rentedragende leningen dan de toename van het eigen vermogen. In 2012 was er een sprake van een lagere betaalde winstbelasting die heeft geleid tot een hogere FFO/totale schuld ratio. Gecorrigeerd hiervoor zou het percentage 22,6% bedragen.

De FFO interest dekkingsratio wordt berekend door de FFO vermeerderd met de rentelasten uit hoofde van leningen en leaseverplichtingen van EUR 103,4 miljoen in 2012 (EUR 103,6 miljoen in 2011) te delen door die rentelasten. Zodoende bedroeg de FFO interest dekkingsratio over 2012 5,6x (over 2011 4,5x). De ratio’s per 31 december 2012 passen in het beleid van Schiphol Group om een single A credit rating (S&P’s) te handhaven.

Fiscale risicofactoren

Door de combinatie van uiteenlopende activiteiten heeft Schiphol Group te maken met veel verschillende belastingen. Een algemeen fiscaal risico voor Schiphol Group is het tijdig en volledig indienen van belastingaangiften en afdragen van betreffende belastingen, het voldoen aan alle fiscale wet- en regelgeving en verslaggevingsregels specifiek met betrekking tot winstbelasting. Activiteiten in het buitenland geven aanleiding tot een verhoogd risico gezien afwijkende lokale fiscale wetgeving.

Het beheersingsprogramma voor de voornoemde fiscale risico’s (ook wel genoemd het tax control framework) maakt deel uit van het totale risicobeheersingsprogramma van Schiphol Group. In dat kader zijn fiscale risico’s in kaart gebracht en wordt de interne beheersing bewaakt, gericht op het mitigeren van de fiscale risico's. Daarnaast heeft Schiphol Group een beredeneerde fiscale planning ontwikkeld en geimplementeerd. Het fiscale risicobeheer wordt gefaciliteerd door de centrale control-afdeling (Corporate Control) en valt onder goedgekeurd beleid van de directie. Dit beleid heeft voorts als uitgangspunt dat Schiphol Group een betrouwbare belastingbetaler wil zijn op basis van een professioneel uitgevoerde fiscale compliance. Op 16 november 2012 heeft Schiphol Group een individueel Convenant Horizontaal Toezicht gesloten met de Belastingdienst. Dit standaard convenant heeft betrekking op alle Rijksbelastingen en de invordering.