Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

Financiële verslaglegging

Prijswinnaar 2012 in de categorie niet-beursgenoteerd

Home Jaarrekeningen Financiële jaarrekening Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Gerelateerde partijen Bestuurders

Bestuurders

De toelichting van de bezoldigingen van bestuurders ingevolge art 2:383c BW luidt als volgt. De periodiek betaalde beloningen betreft het totaal van het bruto salaris en vakantiegeld. 

(x EUR 1)

2012

2011

J.A. Nijhuis RA

384.711

383.243

drs. M.M. de Groof

300.512

299.365

drs. E.A. de Groot

243.750

-

mr. A.P.J.M. Rutten

300.512

299.365

dr. P.M. Verboom

175.299

299.365

Totaal

1.404.784

1.281.338

Op basis van de uitkomsten van de beoordeling door de Raad van Commissarissen van de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd is wat betreft de variabele beloning (korte termijn) over 2012, de onderstaande beloning ten laste van het resultaat over 2012 gebracht. De variabele beloning (korte termijn) voor de President-directeur is vastgesteld op 30,0% van het vaste inkomen, voor directieleden De Groof en Rutten op 28,3% van het vaste inkomen en voor mevrouw de Groot op 16,2% van het vaste inkomen. De regeling van de nieuwe CFO, mevrouw de Groot, wijkt af van de bestaande en loopt vooruit op het toekomstige beloningsbeleid.

(x EUR 1)

2012

2011

J.A. Nijhuis RA

115.413

162.869

drs. M.M. de Groof

85.145

119.896

drs. E.A. de Groot

39.382

-

mr. A.P.J.M. Rutten

85.145

119.896

dr. P.M. Verboom

61.355

119.896

Totaal

386.440

522.557

Schiphol Group is niet genoteerd aan de effectenbeurs met aandelen. Daarom is het niet mogelijk om als onderdeel van het beloningsbeleid aandelen en/of opties Schiphol Group toe te kennen. Toch acht de Raad van Commissarissen het van belang de mate waarin duurzame resultaten worden gerealiseerd tot uitdrukking te brengen in de beloning van de directieleden. Er bestaat daarom ook een lange termijn variabele beloningsregeling met een tijdshorizon van drie jaar. De lange termijn variabele beloning (LTI) is een voorwaardelijke, jaarlijkse  beloningscomponent en kent een ‘on target’- uitkeringsniveau van 35% van het vaste inkomen. Definitieve toekenning van deze beloning is afhankelijk van de cumulatief gerealiseerde Economic Profit (EP) over een periode van telkens drie boekjaren; die wordt vergeleken met het door de Raad van Commissarissen goedgekeurde meerjarenplan en de daarin opgenomen Economic Profitdoelstelling. In geval van zeer goede resultaten, als de vooraf afgesproken prestatieciteria met meer dan 10% worden overschreden, kan het maximum 52,5% van het vaste inkomen bedragen. Ook hier loopt de regeling voor de nieuwe CFO, mevrouw de Groot, vooruit op het nieuw beloningsbeleid. De ‘on target’-waarde van de LTI-uitkering bedraagt voor haar 17,38% van het vaste inkomen en maximaal 27,04% (bij een targetoverschrijding van 20% of meer). Daarnaast is de tijdshorizon verruimd naar vier jaar. Dit betekent dat de hoogte van de uitkering wordt bepaald op basis van een geconsolideerde reeks van vier opeenvolgende EP-resultaten en dat een eventuele uitkering daarmee ook pas na vier jaar wordt vastgesteld.

Aan het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de na afloop van de referentieperiode te betalen variabele beloning (langetermijn). Hiervan wordt gedurende de referentieperiode jaarlijks een evenredig deel ten laste van het resultaat van het betreffende jaar verantwoord. Betaling vindt uitsluitend plaats indien de bestuurder na de periode van drie jaren of vier jaren nog in dienst is. Wanneer de arbeidsovereenkomst in onderling overleg wordt beëindigd, wordt de toekenning pro rata vastgesteld. Ook is het mogelijk in dat geval de toekomstige toekenning op voorhand vast te stellen en uit te betalen.

De prestatiecontracten met ieder van de directieleden bevatten een ‘claw-back’-clausule (Corporate Governance Code bepaling II.2.11) en de mogelijkheid voor de Raad van Commissarissen variabele beloning in bepaalde gevallen achteraf bij te stellen (Corporate Governance Code bepaling II.2.10).

Wat betreft de variabele beloning (langetermijn) geeft de beoordeling door de Raad van Commissarissen van de ontwikkeling in de economic profit aanleiding tot verantwoording van een voorziening voor personeelsbeloningen per 31 december 2012 van

  • de volledige variabele beloning (langetermijn) 2010 (referentieperiode 2010-2012) met een swing factor van 1,5

  • twee derde deel van de variabele beloning (langetermijn) 2011 (referentieperiode 2011-2013) met een swing factor van 1,0 en

  • één derde deel van de variabele beloning (lange termijn) 2012 (referentieperiode 2012-2014) met een swing factor van 1,0.

Vorenstaande geeft aanleiding tot de volgende kosten ten laste van het boekjaar:

(x EUR 1)

2012

2011

J.A. Nijhuis RA

198.644

197.704

drs. M.M. de Groof

155.169

154.432

drs. E.A. de Groot

-

-

mr. A.P.J.M. Rutten

155.169

154.432

dr. P.M. Verboom

165.236

154.432

Totaal

674.218

661.000

In 2012 heeft uitbetaling plaatsgevonden van de reeds gereserveerde variabele beloning (langetermijn) 2009. Deze uitbetaling is dan ook niet ten laste van het resultaat over 2012 gekomen. In 2013 vindt uitbetaling plaats van de gereserveerde variabele beloning (langetermijn) 2010 die betrekking heeft op de economic profit in de driejarige periode 2010, 2011 en 2012.

Voor de heer Verboom geldt dat hij de LTI-tranches 2010 – 2012, 2011 – 2013 en 2012 – 2014 evenals de STI-periode 2012 niet heeft afgerond. De tijdsevenredige waarde van deze variabele beloning is daarom ‘on target’ in 2012 uitgekeerd. De waarde van deze afrekening bedraagt EUR 330.000. De heer Verboom blijft tot 31 december 2014 verbonden aan Schiphol als adviseur voor primair de activiteiten in Brisbane en de Verenigde Staten. Hij ontvangt hiervoor een vaste vergoeding van EUR 100.000.